|
|
|
| Geschreven door Administrator |
| vrijdag, 05 februari 2010 20:59 |
|
Een ding is zeker autisme roept vele vragen op...
Veel informatie over autisme kunt u via internet, boeken, media etc. vinden. Op deze pagina vind u een beknopte beschrijving over autisme. Deze informatie is verzameld vanuit verschillende bronnen.
Autisme komt van het Griekse woord 'autos' dat 'zelf' betekent. Autos verwijst naar de in zichzelf gekeerde indruk die mensen met autisme soms maken. Met de term autisme bedoelt men de verschillende aandoeningen binnen het autismespectrum. Autistische stoornissen vallen onder de psychiatrische stoornissen en worden geclassificeerd volgens de criteria van de DSM-IV-TR, een systeem dat wereldwijd gebruikt wordt. Binnen deze criteria worden vijf subgroepen van autisme onderscheiden: · PDD-nos; · Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd. Deze bovenstaande vormen van autisme geven niet aan of het gaat om een lichte of een zwaardere vorm van autisme. Ieder mens met autisme ervaart voor zich zijn eigen beperking en probleem. Soms ervaart alleen de omgeving van iemand met autisme dat deze persoon anders is. Met autisme wordt dus het gehele spectrum van stoornissen in het autistisch spectrum bedoeld. Er wordt ook wel gesproken over pervasieve ontwikkelingsstoornissen, waarmee bedoeld wordt dat de stoornissen de gehele ontwikkeling beïnvloeden. De diagnose autisme kan alleen gesteld worden na een uitvoerig multidisciplinair onderzoek door een team met een ruime ervaring op het gebied van autisme (bijvoorbeeld een regionaal autismeteam, een gespecialiseerd universitair Ambulatorium of een (academische) polikliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie). Maar de diagnose kan ook door een GZ-psycholoog of kinderpsychiater gesteld worden die deskundig is op het gebied van autisme. Toch zijn er ook overeenkomsten: stoornissen in sociale interacties, verbale en non-verbale communicatie en in het verbeeldingsvermogen zijn kenmerken van alle vormen van autisme. Deze stoornissen beïnvloeden het totale functioneren van een persoon met autisme: Iemand met autisme ziet weinig samenhang in de hem of haar omringende zaken en kan daardoor moeilijk begrijpen wat zich in de omgeving afspeelt. Sociale interactie vormt hierbij een groot probleem. Mensen met autisme zien er op het eerste gezicht vaak zo normaal uit. Toch merk je al gauw dat ze anders zijn, als je met ze bezig bent, speelt of praat. Van echt samen iets doen is nauwelijks sprake. Liefst houden ze zich aan vaste gewoonten, wat nogal bizar kan overkomen. Veranderingen in hun leefwereld tasten hun vertrouwen aan en een gevoel van onveiligheid kan ze snel in paniek doen slaan.
Let wel; Geen twee mensen met autisme zijn gelijk. Dit maakt het ook zo lastig om gedrag van mensen met autisme op de juiste wijze aan te duiden. · Problemen met de sociale wederkerigheid; · Problemen met de communicatie; · Problemen met het beeldende vermogen; · Problemen met de cognitieve ontwikkeling; · Problemen met de regelmaat van de ontwikkelingsgang; · Problemen met de prikkelverwerking; · Problemen met de motoriek; · Problemen met de spraak en het taalgebruik; · Problemen met de omgang met dingen; · Problemen met de omgang met mensen.
Deze problemen kunnen zich in het dagelijks leven uiten door: · Moeite met het maken van contacten; · Te vrij zijn in het maken van contacten (opdringerig overkomen); · In de communicatie veel letterlijk nemen; · Moeite hebben met grenzen; · Erg vasthouden aan grenzen; · Dwingend gedrag vertonen; · Moeite met luisteren ( informatie lijkt niet binnen te komen); · Moeite met het opvolgen van aanwijzingen; · Moeite met het af maken van bepaalde dingen of het nakomen van verplichtingen; · Vermijden van oogcontact; · Moeite met het omgaan met stress; · Snel last van prikkels en hier onrustig of angstig van worden; · Bepaalde obsessies hebben; · Moeite hebben met het herkennen of benoemen van gevoeld; · Behoefte aan regelmaat en structuur; · Ongepast gedrag (lachten, giechelen, iets over iemand zeggen etc); · Het hebben van ‘vreemde’ bewegingen ( fladderen); · Geen angst voor gevaar; · Weinig soepel in veranderingen ( doen en denken); · Heel goed zijn in bepaalde activiteiten waar geen sociaal inzicht nodig is.
Deze bovenstaande opsomming zijn slechts mogelijke kenmerken, zoals eerder is aangegeven wordt autisme door een specialist vastgesteld na kundig onderzoek.
Vastgesteld is wel dat autisme niet te genezen is. Wel is door een intensieve begeleiding en/of het aanbieden van ondersteunende communicatiemiddelen de ontwikkeling te bevorderen. Mensen met autisme kunnen door de juiste hulp en structuur zich blijven ontwikkelen, tot ver in de volwassenheid. Als het noodzakelijk is blijkt individuele aandacht dan geen luxe, maar een noodzaak. |







